Muziekkring Enkhuizen

Hét podium voor kamermuziek in West-Friesland

Sinds 1946

Privacybeleid

 

Gehoord, gezien en beleefd in Cultureel Centrum de DROMMEDARIS in Enkhuizen, het vierde seizoensconcert gegeven voor de Muziekkring Enkhuizen en Omstreken (sinds 1946!) door Blokfuitensemble BRISK op woensdag  13 februari 2019. De Brisk-blazers zijn: Marjan Banis, Susanna Borsch, Alide Verheij en Bert Honig.

 

Brisk (voor bijzonderheden over Brisk: zie website en programmablad) speelde niet alleen Bach de Grote maar ook verrassend moderne werken van Toek Numan en Guus Janssen. J.S. Bach behoeft geen extra aandacht maar Toek Numan (*1971) wel: hij  studeerde aan het Amsterdams Conservatorium en schreef muziek op poëzie (Lucebert, Vasalis, Herzberg), voor film, voor en door kinderen (Alice in Wonderland), maar ook speciaal voor Abbie de Quant, pianiste Mukaiyama, BRISK, Amsterdam Bach Consort en Sinfonietta, NBE, ASKO/Schönberg, NNO.  Guus Janssen (*1951 studeerde aan het Amsterdamse Sweelinck Conservatorium en verkent de grenzen tussen klassiek en jazz en tussen vastgelegde en geïmproviseerde muziek. Hij treedt vaak op als uitvoerend musicus bv. samen met Loevendie, Zorn, Lewis, Sparnaay, Kremer maar ook met ASKO/Schönberg Ensemble, NBE, het Residentie Orkest, Amsterdam Sinfonietta. Voor zijn eigen Guus Janssen Septet schreef hij veel werk. Van zijn hand verschenen strijkkwartetten, een Octet, drie Opera’s, een vioolconcert, Belvédère. Bij binnenkomst in de zaal zag men op de vloer bij elke muziekstandaard vele fluiten liggen, gevlijd op bedjes van fluweel, een prachtig gezicht. Hugo Brieffies opende op rustige wijze het concert. Hij stipte aan dat het Engelse woord  BRISK voor levendig staat en stak de loftrompet over de groep.

 

Er steekt een heel verhaal achter Bachs (Orgel)concerto (grosso) BWV 595. Het is nl. een bewerking van een compositie van de jonge, op 18-jarige leeftijd overleden prins Johann Ernst van Saxen-Weimar, die in Utrecht rechten studeerde maar als groot muziekliefhebber een ex. van Vivaldi’s L’Estro Armonico in Amsterdam kocht: opus 3 en net uit! S.-W.’s concerto was bepaald geen topwerk, maar dat het toch een feestelijk effect heeft komt door het frisse en springerige thema en de gejaagde afwisseling tussen rug- en hoofdwerk (voor orgel geschreven). Bach was aan het hof van Saxen-Weimar verbonden in 1703 en van 1708 tot 1717. De aangename klanken van het fluitenkoor verraste het oor en de aanblik van deze vier musici was een lust voor het oog. De musici bespeelden in elk werk weer een andere fluitsoort, maar alleen Alide Verweij bespeelde de contrabasblokfluit tijdens het concert, een enorm gevaarte van meer dan twee meter hoog. Zowel de speelster als de fluit stonden. Kunstig vlochten zich de melodieën van met name sopraan en alt dooreen. De contrabas klonk verrassend zacht en teder.

 

Nun komm, der Heiden Heiland BWV 659. Luther zag koralen als preken in geluid: muziek als het bewijs van goddelijke orde. Zijn koralen werden steeds weer voorzien van nieuwe inleidingen:  de koraalvoorspelen. Men trachtte de betekenis van de tekst uit te beelden in muziek. (de zgn. affectenleer, gepraktiseerd door bv. Johann Gottfried Walther, neef van Bach). Zó sereen, zó ingetogen, zó intens, zó warm klonk dit voorspel dat Bach zeker goedkeurend zal hebben toegeluisterd en gezien vanuit de muziekhemel.

 

Toek Numan: Prelude geschreven als voorspel op Bachs volgende te spelen werk, door drie sopranen en alt. Een sereen begin met lange noten die versierd werden met hoge trillers en andere korte nootjes hetgeen een levendig effect had. Er ging iets krachtigs en speels van uit. Heel veel kleine korte klankjes wiegelden zo de zaal in op zoek naar het willige oor van de toehoorders. Een knipoog naar minimal music, zei iemand. Dissonanten. Het stuk eindigde met lange noten die verwijzen naar het begin van BWV 653.

        

Bach: An Wasserflüssen Babylon BWV 653  Traag vloeien de noten uit de fluiten vol weemoed en berusting maar ook vol verlangen naar betere tijden. Wat een verrukking deze zachte zoete klanken. Anti-stress-medicijn in optima forma! Contrapunctus (zo noemde Bach zijn Fuga’s) nr 11, BWV 1080 uit de Kunst der Fuge, het werk dat wel Bachs testament genoemd wordt. Het roept vragen op: voor  welk instrument geschreven;  bedoelde hij dit werk zuiver theoretisch of had hij echte uitvoeringen voor ogen; bovendien is het onvoltooid gebleven. Bach was zijn hele leven bezig met contrapunt: W T Clavier, Goldbergvariaties, Hohe Messe, Musicalisches Opfer. De KdF is a.h.w. de muzikale neerslag van de conceptuele gedachten achter al deze werken. De fuga’s van KdF (er zijn er 14) worden steeds complexer. Deze is een van de fuga’s met meerdere thema’s, waarvan hoofd- bijthema’s ook nog eens gespiegeld zijn, hij is ritmisch zeer gevarieerd, kent vele uiterst snelle loopjes en is nog compacter dan zijn voorganger nr 10. Prachtige chromatische ladders komen voorbij: de muziek slingert zich voort als een lianenspel, de vergezichten verkleinen juist de horizon, de bergen worden heuvels, de vlakten verheffen zich. Een wonderlijk weefsel van fluitklanken in de verschillende hoogten en timbres. Wat een machtig mooie belevenis is dit: de musici in opperste concentratie bezig te zien en te horen.

 

Guus Janssen: De Meesterfout (première).  Janssen schreef dit eerst voor het Aurelia Saxofoonkwartet, maar herschreef het voor Brisk, twee premières in één week dus. Janssen wijzigde enkele noten in Bachs thema. Lange sequenzen, die zachtjes hun eigen leven gingen leiden, hoewel niet altijd duidelijk was waarheen dan. Heel veel dissonanten. Schrille schreeuwen van de sopraan terwijl de anderen gewoon rustig doorspeelden. Abrupte stops. Lijkt niet gemakkelijk te spelen.

 

Bach: Herr Jesu Christ dich zu uns wend BWV 332 en 709. De koraalmelodie werd voorgedragen door de tenor, dan de vierstemmige zetting, ook weer gekenmerkt door sereniteit. Dan het kunstige voorspel dat op voorbeeldige wijze ten gehore werd gebracht. Steeds dook de mooie koraalmelodie weer op in het stuk. Concerto in c kl. BWV 981. Het kopiëren van werken van anderen was in het verleden gebruikelijk. Het was een manier om te leren, om zich stijl en aanpak eigen te maken en te transformeren naar het eigen niveau. Zo kopieerde Bach tientallen werken van bv Vivaldi, de gebroeders Marcello, Legrenzi, Telemann  e. v. a. Simon Vestdijk, uitnemend muziekbeschouwer en –criticus, noemt Bach “ het meewarige geduld.” “Zelfs in een stuk dat voor 90% van een ander was wist hij nog 10% van zichzelf te leggen, dat het hele stuk maat voor maat schijnt te kleuren en te doordringen en er tenslotte iets volkomen eigens van maakt”. Dit Concerto is naar Benedetto’s Opus 1 dat 12 Concerti à Cinque bevat. Het is nr 2. Het zijn vier korte deeltjes van enkele minuten. Adagio, een statige muziek, rustgevend en uitgewogen. Grappige wisselingen in de instrumenten. Vivace,  vrolijk en lichtvoetig, hups, af en toe virtuoos met name de sopraanpartij. Adagio staccato en  vooral het begin, dan rustig verder en Prestissimo, een vrolijk slot, zeer virtuoos weer, prettig in het gehoor liggend.

 

Bach: Jesus Christus unser Heiland BWV 666, staat in e-klein, dezelfde toonsoort als de Mattheüs Passie. Dit koraalvoorspel treft door zijn ingehouden en  bezonken bespiegeling. Fraaie omspelingen van de bas. Een sereen einde. Fuga op een thema van Legrenzi BWV 574. Een stevig en opgewekt thema dat kunstig door Bach tot fuga werd getransformeerd. Aangenaam om naar te luisteren, rustig voortglijdende klanken met een heldere structuur.

Toek Numan: Caccia (jacht). Gejaagde korte nootjes die a.h.w. achter elkaar aanhollen. Staccati met uitroepen en vlotte uithalen. Een vrolijk stuk met een verrassend slot.

 

Bach: Canzona BWV 588 Buitengewoon fascinerende muziek die de rijkdommen van de Europese muziekcultuur nog eens extra onderstreept. Ernstig en serieus, dan het zangerige dansante deel, maar ook dat is statig, vrolijk doch ingehouden. Prachtig samenspel, zoals natuurlijk in alle stukken. Liebster Jesu wir sind hier, BWV 731. Een donker coloriet, ontwapenend mooi en sereen gespeeld: troostrijke muziek. Concerto in d kl BWV 596 (naar Vivaldi opus 3 in D voor 2 violen, cello en strijkers RV 565)  Allegro.  Vogelgeluidjes kwinkeleren de zaal in, een genotvolle bijeenkomst van gevederde vriendjes. Largo e spiccato.(lett. duidelijk) Stemmige klanken. De alt soleert de rest begeleidt. Allegro. Een vrolijk thema dat beurtelings door de blazers wordt voorgedragen. Bijzonder blijven de klankkleuren die zo fraai mengen, mooi en intens samenspel. Muziek die je wat doet!

 

Na het applausgeklater en de geschenkjes  die voorzitter Joke Poelsma uitreikte volgde er tot onze grote vreugde nog een korte toegift. Een stuk genaamd “De kracht van de slaap” van de hand van Spaanse componist Fernando Obradors (1897-1945).  Zachte en zoete klanken die bijna bezwerend werkten. Heerlijke muziek.

 

Aan alles komt een einde, dus ook aan het fijne concert. Ook dit was weer zeer de moeite waarde om bijgewoond te hebben. Gelukkig is er over enkele weken alweer een nieuwe mogelijkheid om te gaan genieten van mooie muziek. Hulde voor deze bijzondere keuze. Pluim voor Bestuur!

 

Liefhebber/Klaas Herman de Haan

.

Column geschreven door Liefhebber naar aanleiding van een recent concert

 

 

Seizoen 2018-2019

YANG YANG CAI

18 oktober 2018

 

Delta Trio  

3 november 2018

 

Carel Kraayenhof

en Juan Pablo Dobal  

29 januari 2019

 

Blokfuitensemble BRISK

13 februari 2019

 

Aristos Quartet

18 maart 2019