Muziekkring Enkhuizen

Hét podium voor kamermuziek in West-Friesland

Sinds 1946

Gehoord, gezien en beleefd in de DROMMEDARIS in Enkhuizen, het concert gegeven voor de Muziekkring door sopraan Karin Strobos, fluitiste Felicia van den End en pianiste Daria van den Bercken op woensdag  14 februari 2018.

 

Een boeiend programma met drie verrassende en schitterende musiciennes bleek weer eens een schot in de roos van het bestuur van de Muziekkring. Bij haar openingswoord vertelde voorzitter Joke Poelsma over de succesvolle samenwerking met Cinema Enkhuizen, waarbij ze de vertoningen aankondigde van twee films over de spraakmakende Mattheüs-uitvoering van Reinbert de Leeuw, die op 21 en 28 maart vertoond zullen worden. Ook maakte ze op Valentijnsdag het Zuid-Koreaanse hartjesteken om te benadrukken hoezeer muziek deze drie vrouwen aan het hart gaat. Deze drie hebben hun sporen al meer dan verdiend, dus daarvoor verwijs ik naar website of programma. Nu, dat was met grote zorg samengesteld en toonde bekende namen als Bizet, Massenet, Fauré, De Falla en Rossini, maar ook verrassende onbekende: zoals Georges Hüe en Fant de Kanter. Jammer dat de griep een minder goede invloed had op het bezoekersaantal, maar dat moet aan overmacht worden toegeschreven.

 

Het  meest bekende lied uit  Carmen is natuurlijk dat de liefde een opstandige vogel is. Maar het zigeunerlied Chanson Bohème mag er ook zijn. Bizet heeft de zegetocht van zijn meesterwerk niet mogen meemaken: hij stierf enkele maanden na de eerste, niet onomstreden opvoering in Parijs op 2 maart 1875. Eerst kwamen pianiste en fluitiste onder applaus op, begonnen te spelen: lichtvoetig in een mooi gepunteerd ritme en daar verscheen in een prachtige zwarte jurk de sopraan en incarneerde een heuse Carmen in haar aria. Vertragend, versnellend, het lalala kwam verleidelijk over haar vuurrode lippen. Wat een passie, welk een dictie, wat een inlevingsvermogen: geweldig.

 De tweede aria was uit Massenet’s Werther (leuk op zijn Frans uitgesproken). Naar de beroemde, beruchte roman van Goethe, maar de opera zorgde bij de première voor veel ophef in Wenen, niet in de laatste plaats door de vele afwijkingen van de roman. De aria Va, laissez couler mes larmes is uit het derde bedrijf. Werther sterft vredig in het vierde: zijn eerste kus is gelijk Charlottes laatste. Piano en sopraan beginnen dramatisch, hartstochtelijke klachten worden door Charlotte geuit met veel uitdrukking. Er volgt een bespiegeling over het voorafgaande, dan weer even dramatisch en  ingehouden fluit- en pianospel dan valt ook Charlotte weer in en volgt een sereen einde. Zeer mooi.

 

Karin vertelde dat er betrekkelijk weinig repertoire is voor hun bezetting en daarom waren ze blij om dit werkje van Hüe te hebben ontdekt. Georges Hüe werd 90 jaar, schreef vier opera’s, studeerde bij  César Franck en Charles Gounod en won de Prix de Rome in 1879. Hij schreef veel kamermuziek voor fluit en piano en liederen w.o. deze “Heidense Avond” uit 1898, op tekst van André Lebey. Het is een fraaie natuurbespiegeling. Het “’Ecoute, écoute” klonk meerdere malen: luister toch naar de geluiden van de natuur, de vogels, de bomen. Het is mooie impressionistische muziek  waarin de drie musiciennes schitterden en waarbij de fluit zo heerlijk romantisch klonk.

 

De Fantaisie opus 79 voor piano en fluit uit 1898 van Gabriel Fauré klonk betoverend waarbij  de sopraan als bladerette fungeerde. Een heerlijk stuk. Fauré schreef veel muziek voor fluit en piano voor het Parijse Conservatorium. Een dansant begin, gedreven uitgevoerd. Diverse fluitistische hoogstandjes en pittige pianopassages kregen we gepresenteerd. Felicia heeft een mooi toucher, een geweldige techniek en een fijne uitstraling. Ook in de snelle passages blijft haar toon fraai gearticuleerd, helder en warm. Hierna vier liederen van dezelfde componist. Vermeldenswaard is dat de fluitpartij erbij gearrangeerd is door Wijnand van Klaveren, die Fauré haast naar de kroon steekt, zo’n mooie verrijking van de sfeer en het geheel!  Le Papillon et la Fleur, op tekst van Victor Hugo, waarin Karin als bloem haar onmogelijke liefde bezingt voor de vlinderende vlinder, hetgeen ze op charmante, ondeugende en uitdagende wijze deed. Haar mimiek en pantomimiek sluiten fantastisch aan bij de teksten die ze zingt. Een belevenis! Au bord de l’eau op tekst van Sully Prudhomme. Ach ja, rozen verwelken, schepen vergaan maar onze liefde blijft altijd bestaan, parafraseerde Karin dit lied, dat heel sensitief voorgedragen werd. Clair de Lune op tekst van Verlaine uit diens bundel Fêtes Galantes. Fluit en piano enerzijds dienend, anderzijds prominent. Indringend vertolkt. La Fée aux Chansons op tekst van Armand Sylvestre uit 1883. Karin transformeert in een fee die de vogels zangles geeft en dat knap maar streng doet. Je hoorde het gekwinkeleer dat af en toe onderbroken werd door een kortaffe verbetering. Ook hier zong ze de étoiles van de ciel. Merveilleux!

 

Na de pauze kwam er heel wat anders op lessenaar en tablet. Fant de Kanter, componist, DJ, muziektheaterman schreef voor dit illustere een drietal liederen op teksten van de door hem bewonderde Russische dichter Boris Ryzji. Diens gedichten zijn rauw, ongepolijst, schokkend en geven iets prijs van het getormenteerde leven dat deze jonge Rus leidde. Hij maakte op 26-jarige leeftijd in 2001 een eind aan zijn leven, dat hij aan de zelfkant van de Russische maatschappij in verwarring en ontbinding in de jaren 90 leidde  I. De Zee II. Voorspel me, zigeunerin… III. Uit Nederland breng ik je Lego. De gedichten werden beurtelings voorgedragen in het Nederlands, waarop ze in het Russisch gezongen werden. I. More. Hij wilde naar de zee vertrekken, maar kwam nooit aan bij het station. Toen kwam de zee naar hem toe. Parlando, zingend, fluisterend, fragmentarische pianoklanken, langgerekte fluittonen, warme, maar tragische zang. II. Pagadaj mne, Tsyganka. Zigeunerin, voorspel me mijn doodsoorzaak. “Omdat mensen als jij niet kunnen en mogen bestaan. Je sterft aan schuld”/… Van de Markt komt een dievenlied gezweefd en de hemel onthult zijn pracht. III. Ja tebe privezoe iz Galland ii Lega. Terug uit NL breng ik je Lego, bouw daarvan een prachtig kasteel. Een lieflijk begin, sotto voce gezongen, krachtige basaanslagen, hoge noten als contrast, dan lieflijke klank, de stem vleiend, de fluit zacht. Dan weer zwaar geschut in de bas, wegstervende klanken. Rauw, heftig, ontroerend, buitengewone muziek. De musiciennes vervolgden met

 

Zeven Spaanse liederen van De Falla. Al tijdens zijn studie aan het Conservatorium in Madrid raakte hij geboeid door de Andalusische Flamenco en de Cante Jondo (het “diepe lied”) Het doordesemt zijn hele oeuvre. Ook in deze liederen toonde Karin haar meesterschap. Met haar fabelachtige techniek, haar superieure vertelkunst, haar buitengewone expressie  maakte ze van elk van deze zeven liederen kleine juwelen. I. Moorse stof: Er zit een vlek op de jurk, dus is die goedkoper!  Een krachtige pianobegeleiding, een heerlijk stemgeluid en intrigerende mimiek. II. Lied uit Murcia. Begeleiding vnl aan de diskant. Wat is Spaans toch ook een mooie zangtaal. III. Lied uit Asturië. Mooie begeleiding met octaafgrepen. Ingetogen zang met melancholieke inslag. IV. Jota . een huppelende dans en dan flamenco. Karin werpt verliefde blikken de zaal in. Armen, handen, vingers ondersteunen samen met de gelaatsuitdrukking dit bijzondere lied. Voorbeeldige pianobegeleiding (geldt ook voor de voorgaande en volgende liederen) V. Nana. Eén van de mooiste slaapliedjes ooit geschreven en gezongen: zo zoet, zo intiem, zo lief gezongen en met gesloten ogen. Beeldschoon. VI. Canciòn en Polo: twee liederen over liefde, verlating en verraad. Venijnig, heftig, kortaf, boos en ook zo gezongen met een woeste pianopartij erbij!

 

Rossini, genaamd de zwaan van Pesaro, schreef na zijn 40 opera’s alleen nog wat kleiner werk en noemde die “Zonden van de ouderdom” ( Péchées de Vieillesse). Uit La Cenerentola (Assepoester) zong Karin de slotaria waarin Assepoester terugblikt en vergeeft wie haar zo dwarszaten. Een echte Rossini- bravoure–aria waarin alle aspecten van het belcanto op schitterende wijze door de zangeres voor het voetlicht werden gebracht. Tintelende, bruisende, opzwepende, af en toe ook wat intiemere muziek van de bovenste plank! Onnavolgbaar wat hier gebeurde. De piccolo wisselde de fluit af met die prachtige uithalen. Piano met robuuste ondersteuning. Ook hier weer die geweldige mimiek. Dit was Karin niet, dit was Assepoester in eigen persoon die stond te gebaren, uit te halen, te jubelen. Een dansje, het hele lichaam deed mee. Onnavolgbaar.

 

Uitroepen van een enthousiast en opgezweept publiek, een deken van applaus daalde op het trio  neer. Dan de uitreiking van de Enkhuizer Krentenmikken en zo kwam een einde aan dit fabuleuze optreden van sopraan Karin Strobos, fluitiste Felicia van den End en pianiste Daria van den Bercken.                  

 

LIEFHEBBER/Klaas Herman de Haan


Column geschreven door Liefhebber naar aanleiding van een recent concert

 

 

Eerdere Columns:

 

Seizoen 2017-2018

 

Seizoen 2016-2017
 

Seizoen 2015-2016

 

Seizoen 2014-2015

 

Seizoen 2013-2014

 

Seizoen 2012-2013

 

Seizoen 2011-2012