Muziekkring Enkhuizen

Hét podium voor kamermuziek in West-Friesland

Sinds 1946

Privacybeleid

 

Gehoord, gezien en beleefd in Cultureel Centrum de DROMMEDARIS in Enkhuizen, het laatste seizoensconcert gegeven voor de Muziekkring Enkhuizen en Omstreken (sinds 1946!) door het Ensemble Lautenwerk op zaterdag 6 april 2019. Het Ensemble bestaat uit Stefanie True, sopraan, Tomoe Badiarova, viool, Giulio Quirici, theorbe en Panos Iliopoulos, klavecimbel.

 

Voor het laatste Muziekkringconcert was wel voor een heel bijzonder optreden gekozen: nagenoeg onbekende Franse barokmuziek en uitgevoerd door een vrij nieuw gevormde muziekgroep nl.   Ensemble Lautenwerk, een internationaal gezelschap, goed te zien aan de namen. Ze deden een heuse première met dit programma. De oprichter ervan is Italiaan en theorbespeler en van mening dat de luit, waarvan de theorbe een direct familielid is, meer aandacht verdient. Quirici bespeelde een exemplaar zonder de ultra-lange hals met de diepe bassnaren. De sopraan is een ware barok-operadiva! En de andere twee musici Badiarova en Iliopoulos zijn  prachtige en gedreven baroksterren op hun instrument. De bovenzaal betredend moest het publiek heel stilletjes zijn plaats innemen omdat de klavecinist nog aan het stemmen was, als zijnde vertraagd door het zaterdagse fileverkeer. Hugo Brieffies opende het concert op rustige wijze, vertelde wat en memoreerde dat de liefhebbers van de Italiaanse stijl in Frankrijk pas ná de dood van de Zonnekoning in 1715 hun gang konden gaan omdat hun vorst stond op FRANSE muziek. Bij die Franse barokmuziek doemen er meteen drie namen op: Lully, Couperin en Rameau, maar Morin, Rebel, Kapsberger en Pignolet de Montéclair waren geheel nieuw voor mij. Dat beloofde dus een interessante kennismaking te worden.  Jean-Baptiste Morin, niet te verwarren met de wiskundige met dezelfde naam, is lang in dienst geweest aan het hof van de Hertogen van Orléans. Hij was de grote man van de Franse cantate, de muziekvorm waarbij het gehoor belangrijker is dan het oog.  Hij vervlocht op kunstige wijze de Franse en Italiaanse stijl van die tijd: Frans meer vocaal, Italiaans meer instrumentaal gericht. Jean-Féry Rebel, vernieuwend componist, wonderkind op de viool, heeft lang aan het Franse koninklijke hof gediend als violist en componist. (bv. Lodewijk XIV). Hij schreef als eerste sonates in de Italiaanse stijl. Händel dirigeerde werk van Rebel  in Londen in 1725. Zijn beroemdste werk is het ballet “Les Éléments”uit 1737. Giovanni Girolamo Kapsberger, van Duitse origine (zijn  vader was een hoge officier die in Venetië werkzaam was, bekend door zijn hoogst originele muziek voor luit- en theorbe). Een zeer vruchtbaar componist uit de vroege barok. Michel Pignolet, geboren in N.O. Frankrijk, voegde later de Montéclair aan zijn naam toe, zijnde het kasteel in zijn geboorteplaats. Hij kwam op zijn achtste op de koorschool, net als Joseph Haydn, niet van welgestelde ouders, en daar werden zijn muzikale talenten ontdekt. Hij was niet zo’n productief componist. Schreef o.a. boeken voor muziekonderricht. De grote Rameau borduurde voort op de door hem bedachte instrumentale effecten.

 

Jean-Baptiste Morin: De schipbreuk van Odysseus. Er is in de Ilias  sprake van twee schipbreuken. De eerste als Odysseus aanspoelt op Ogygia waar godin Kalypso op hem verkikkerd raakt. Dat is het onderwerp van deze joyeuze cantate, die van start gaat met een felle ouverture, een brisant begin dus. De schipbreuk wordt verbeeld met snelle vioolpassages, heftige akkoorden op de theorbe en het klavecimbel, het laatste instrument van een eenvoudige vormgeving zonder versiering. De cantate bestaat uit zes zich snel opeenvolgende delen die soepel in elkaar overgaan. Het 17de eeuwse Frans was niet altijd even gemakkelijk te volgen. Maar wat een gelaats- en lichaamsuitdrukkingen wist Stefanie True in haar voordracht te leggen: fascinerend! Ontwapenend, woedend, flirterig, tomeloos verliefd, hooghartig, schelms, verdrietig, smekend, schalks: een ongelooflijk scala aan emoties kwam voorbij, verbeeld met een juweel van een stem! En dan die begeleiding die daar helemaal in meeging: ingetogen teder, fluisterend, tomeloos soms in haast een orgie van klank, fraaie trillers, duivelskunstige stukken op de originele barokviool, die bespannen is met darmsnaren en daardoor vaak gestemd moet worden. Roffelend luit- en klavecimbelspel, ingetogen, uitbundig, teder, waarbij de klanken van beide snaarinstrumenten a.h.w. in elkaar overvloeiden. Een zeer bijzondere ervaring!

 

Jean-Féry Rebel: Sonate nr. 11 in Bes. In Italiaanse stijl. De delen gaan in elkaar over. Een levendig vuurwerkje, zeer snel en vrolijk, virtuoos spel van de andere twee. Dan een langzame passage, gedragen en bespiegelend, violiste leidend en vervolgens herneemt men het enthousiaste begin weer. Theorbe tokkelend of slagwerkend met vele snelle loopjes er erdoorheen. Klasse! Wat een begeesterende muziek is dit. Een soort vraag en antwoordspel tussen viool en de anderen. De violiste speelde niet alleen met de strijkstok maar met haar hele lichaam versmelt ze met haar instrument, een schitterend gezicht. Veel bravourewerk, melodieus en charmant. Een verrukkelijk muziekwerk.

 

Morin: Circe of Kirke, godin, dochter van zonnegod Helios tovert Odysseus’ mannen om tot zwijnen. Gelukkig ontvangt hij een wonderkruid van Hermes dat het kwaad ongedaan kan maken. Circe en Odysseus krijgen nog drie zonen  samen (in sommige lezingen maar één). Dat doet ons de wenkbrauwen fronsen over de huwelijkstrouw van onze held, die op weg naar zijn Penélopé die, om haar de vrijers van het lijf te houden, overdag een doek weeft die ze ‘s nachts weer uithaalt…De violiste neemt op de eerste publieksrij plaats en dan begint de cantate met het bezingen van verlatenheid en dood…ook de tweede Aria bezingt een tragiek die er niet om liegt en met veel ingehouden pathos door de zangeres wordt verbeeld. Recitatief:  een sombere uiteenzetting en dan een wat vrolijker stukje. Prachtig met hartstocht gezongen en een formidabel slot. De volgende aria’s en recitatieven verlopen eigenlijk haast eender. Er is veel verdrietigheid, somberheid, maar ook verwijt, verlatingsangst. Titels als “In de boezem van de dood”en “IJdele, nutteloze pogingen” spreken voor zich. In de laatste aria in menuetvorm rijmt aime op même en is ondanks alle ellende toch een prachtig dansant stuk! Een bijzondere ervaring met deze fijne musici. Na de Pauze komt Kapsberger: Aria in G “Kapsberger” voor theorbe solo, met een zeer bedachtzaam begin op één snaar, later komt de meerstemmigheid aan het licht. De stemming is stemmig, het is als het  ware naar binnen gekeerde muziek, zacht, bijna stilte en dat is bijzonder: een sfeer van stilte op te kunnen roepen met de theorbe!

 

Morin: Aria: Vous en chantez mon Coeur (uit Psiché et ses soeurs). Het verhaal van Amor en Pyche is lang. Prinses Psyche had twee zussen, die zij miste in haar amoureuze betrekkingen met Amor die zij alleen des nachts beminde en nooit gezien had. De twee dames mochten bij Psyche in Amors paleis komen. Helaas verbrak Psyche de belofte haar minnaar nimmer in levenden lijve te mogen zien. En dat was het begin van talloze omzwervingen en moeilijke opdrachten die uiteindelijk tot een Happy End leidden. “U verrukt mijn hart” en dat gevoel drukte sopraan Stephanie True prachtig en precies uit. Zoals dat “Cher Amant” gezongen werd: weergaloos!  Ook van Morin was de Suite voor viool “Epithalame”. Ouverture. Een aangenaam barokwerk, onderhoudend en vrolijk met bijzonder vioolspel. Air Gracieusement. Teder begin van viool en theorbe, in mineur maar zeer fraai gespeeld. Gavotte et Rondeau. Deze dansen kennen we van Bachs Franse suites en zijn viool- en cello solosonates. Puntig en geciseleerd gespeeld. Sarabande. Een licht tragisch begin, tamelijk langzaam met veel zeggingskracht.  Het klavecimbel werd met verve en virtuositeit bespeeld. Chaconne. Af en toe vuurwerk met “slagwerk”van theorbe en virtuoos vioolspel en pittig klavecimbelspel.

 

Pignolet: La Mort de Didon. (1709). Als de naam Dido valt gaan je gedachten onmiddellijk uit naar Purcells Dido and Aeneas uit 1688. Met haar onvergetelijke klacht When I am laid in earth. Dido van Carthago (Grieks Deido=zwerfster) wordt tomeloos verliefd op Aeneas maar die is eigenlijk op weg om Rome te gaan stichten. Door zijn onverbiddelijke vertrek slaat ze in wanhoop de hand aan zichzelf. De inleiding is een heftige prelude op het komende drama, zware vioolsnaring, donkere begeleiding. Vol dramatiek bezingt Dido haar verdriet om het onherroepelijk vertrek van Enée, Aeneas, omkranst door snelle vioolloopjes. Prachtige mimiek van de zangeres in de smeekbede tot Aphrodite, Venus, die op Kythira “geboren” zou zijn. (O Toi, déesse de Cythère) Helaas, helaas, helaas, alles tevergeefs.  O ontrouwe Aeneas! Een herhaling van de bede tot Venus met een mooie uitleiding. Vervolgens vliegen de verwijten over het voetlicht, o, verderfelijke geliefde! Er klinken heftige instrumentale klanken. Opnieuw verwijten, nu aan de Tiran van de Zee: ik vervloek je! Opnieuw onstuimige instrumentale muziek, hoog oplopende emoties bij de zangeres de zijn leugens bloedstollend zingend verwenst.  De treurige klanken met zang . Het geluk is heen, de klaagzang klinkt en een indringende begeleiding van de drie instrumentalisten. Zo gaat een vorstin ten onder. Indrukwekkend. Daverende bijval. De musici waren minstens net zo gelukkig en opgetogen als het publiek Een bijzonder en inspirerend seizoen van de Muziekkring ligt weer achter ons. Complimenten voor de Bestuursleden die deze serie  tot een groot succes hebben gemaakt. Op naar het volgende seizoen!

 

Liefhebber/Klaas Herman de Haan

.

Column geschreven door Liefhebber naar aanleiding van een recent concert

 

 

Eerdere Columns:

 

Seizoen 2018-2019

 

Seizoen 2017-2018

 

Seizoen 2016-2017
 

Seizoen 2015-2016

 

Seizoen 2014-2015

 

Seizoen 2013-2014

 

Seizoen 2012-2013

 

Seizoen 2011-2012