Muziekkring Enkhuizen

Hét podium voor kamermuziek in West-Friesland

Sinds 1946

Privacybeleid

 

Gehoord, gezien en beleefd in de DROMMEDARIS in Enkhuizen, het concert gegeven voor de Muziekkring door de drie leden van het Schulhoff Trio op donderdag  19 april 2018.  Christopher Bouwman, Bram van Sambeek en Wouter van Diepen resp. hobo, fagot en klarinet.

 

Dat was een aangenaam weerzien en -horen met het Schulhoff Trio, dat ook in 2007 voor de Muziekkring optrad. Slechts weinig ouder geworden in uiterlijk zo te zien  maar hun spel zou nog aan intensiteit, spanning en klankkleur winnen. Een oog- en oorstrelend programma wachtte op de muziekminnaars (m/v) in de Syngenta-Theaterzaal  van de altijd statige en gastvrije Drommedaris in de Haringstad: Bach sr, Villa Lobos, Slavický, Mozart en Van Beethoven. De laatste twee schreven dan weer hun bewonderende variaties op resp. Bach en Mozart. Charmant en onderhoudend als altijd opende  voorzitter Joke Poelsma het concert. Ook volgend seizoen zal er samenwerking zijn tussen Cinema Enkhuizen en de Muziekkring, gezien de positieve coöperatie van de afgelopen maanden m.b.t. de Matthäus-Passion-films met Reinbert de Leeuw.

 

(Trio) sonate van Johann Sebastian Bach in Es BWV 526. Hiervan werd ooit gezegd: “Een weergaloze manier om kennis te maken met alles wat Bach aan compositorisch (contrapunt) vakmanschap in huis had.” In de samenstelling als die van het Schulhoff Trio klinkt hij nog mooier dan op het orgel waarvoor hij geschreven is: één van de oefenstukken voor Wilhelm Friedemann, zijn oudste zoon. Vivace. Het was een gelukkige greep in de orgelliteratuur die de leden van het Trio gedaan hadden. Deze verrassende blazerscombinatie waarbij de verschillende stemmen niet alleen prachtig mengden maar ook heel goed hun aparte lijnen lieten traceren. Het was een oase van opgetogen rust die op de hoorders neerdaalde. Largo. Langzaam en zacht kringelden de stemmen door de concertruimte. Een rustige geduldige meewarigheid spreidden de drie stemmen ten toon. Wat een wonderlijke innerlijkheid en innigheid kwam hier door Bach en de musici binnen. En weer die opmerkelijke menging van klankkleuren. Allegro. Een fijne fuga, ingezet door de hobo en door de anderen een voor een gevolgd. De fagot gaf hupse accenten en de muziek stroomde en je denkt steeds: Laat het niet ophouden. Af en toe de klarinet met frivole loopjes en trillers. Heerlijk!

 

Het Duo voor Hobo en Fagot van Heitor Villa-Lobos heeft als opusnummer W 535 en is geschreven in 1959. Villa-Lobos schreef voor alle genres in het klassieke domein en ook veel voor gitaar. David Appleby maakte een catalogus van  zijn werken, die hij vooraf liet gaan van de letter W voor Work. Het bleek een lastige opgave omdat de componist heel slordig met zijn composities omging. Er schijnt nogal wat werk verloren te zijn gegaan, met name uit zijn periode in Brazilië (1940-1945) waarheen hij gevlucht was. Hij was een excentrieke persoonlijkheid en schreef ook excentrieke muziek en daarvan waren wij getuige. Allegro. Dat was inderdaad andere koek! Ogen/orenschijnlijk chaotische klanken die van hoog naar laag en omgekeerd dansten en toch wel bij elkaar hoorden en pasten. Het leek me een opgewekte middagstemming, moeilijk en virtuoos. Enorme sprongen op alle toonladders door alle instrumenten. Lento. Schurende klanken, wat klaaglijk de hoboklank, de brommende fagot er onderdoor en er overheen spelend. Omstrengeling van beide instrumenten. Het aardige contrast van de felle en heldere hobo en de donkere en af en toe grappige pò-pò-pò-pò van de fagot; om elkaar heen tuimelende toonladdertjes. Lange uithalen van de hobo, kleine figuurtjes van de fagot. Boeiend! Allegro vivace. Haastige en vele korte nootjes, levendig en met veel enthousiasme gespeeld. Ook hier weer tempowisselingen, bespiegelend: weg vivace. Een vraag- en antwoordspel. Het slot leek steeds wat chaotischer met enorme sprongen op de fagot en snelle ladders. Een spannend stuk muziek dat het uiterste aan behendigheid en esprit van de blazers vroeg. Groot applaus!

 

Na de Pauze Klement Slavícký: zijn Trio voor hobo, klarinet en fagot dateert van 1937 en toont diens wortels in de Moravische volksmuziek. Deze Tsjechische componist, beïnvloed door zijn leermeester Josef Suk en later door Janácek, schreef herdenkingsmuziek voor Lidice, het in 1942 uitgemoorde dorp. Ook voor het 40-jarig jubileum van de Verenigde Naties in 1985. In 1947 haalde hij  in Kopenhagen een prijs met dit werk. Largo. De hobo begint hoog en fragiel, klarinet valt in met kleine motiefje en dan gedrieën verder, gedreven en helder. De hoge fagotstem, geresigneerd, de hobo komt weer met grote intervallen indruk maken, de klarinet sereen erbij. In het slotstuk sterven de klanken bijzonder mooi weg. Allegro vivo. Een vrolijk thema dat sterk doet denken aan de Franse componist Jean Francaix. Heldere maar schelle klarinetklanken en een grappig slot. Molto tranquillo. Bedachtzame klanken van het Trio. Af en toe heftig, doorgaans rustig en bescheiden. Fagot prominent, samenspel aangenaam en spannend. Mooi te ervaren wat een meesters op hun instrument deze musici zijn. Van ppp tot fff! Veel trillerwerk voor de fagot. Dan rustiger en zoetgevooisde muziek.  Heel mooi. Presto. Snelle loopjes, klein beetje kakofonisch. Geen zoete, maar schelle en snelle klanken en een abrupt einde maakten deze kennismaking met een werk van Slavicky tot een bijzondere ervaring.

 

Wolfgang Amadeus Mozart: Adagio en Fuga KV 404a. De wondercomponist maakte op instignatie van Baron Gottfried van Swieten (o.a. directeur van de Keizerlijke Bibliotheek  in Wenen) kennis met het Fugawerk van Johann Sebastian Bach, dat ook meteen in de smaak van Constanze viel. Zij vroeg haar man ook dergelijke muziek te gaan schrijven. Eerst oefende Mozart  op Bachs werk, kopieerde en bewerkte het. Later schreef hij eigen Fuga’s met verrassend gevolg. Deze hier gespeelde zijn bewerkingen van BWV 527 en 1080. Maar het Adagio bedacht Mozart zelf! Adagio. Een sereen begin, prachtig zoals de stemmen elkaar omspelen, verkennen als het ware, ernstig en edel. Fuga. Een hups thema dat als fuga extra glans krijgt door de wijze waarop deze rasmusici hun instrument bespelen. Je kunt de stemmen heel goed volgen en dat culmineert in een briljant gespeeld slot.

 

Beethoven: Trio op Mozarts ”La ci darem la mano.” Ludwig van Beethoven, die een groot bewonderaar van Mozart was,  schreef tussen 1792 en 1801 vier series variaties op aria’s uit opera’s van Mozart. “Se vuol ballare Signor Contino” uit de Figaro, “Ein Mädchen oder Weibchen” en “Bei Männern welche Liebe fühlen” beide uit Die Zauberflöte. Deze drie zijn gecomponeerd voor piano en viool. “La ci darem la mano” komt uit de Don Giovanni en is oorspronkelijk geschreven voor twee hobo’s en althobo. In het exposé van het thema wordt de stem van de Don verbeeld door de hobo waarbij de anderen begeleiden. Ik telde negen variaties, de een nog virtuozer of ernstiger of schalkser dan de andere. De kunst van het variëren op een thema was een geliefd genre tijdens de hele 18de  en zeker ook een groot deel van de 19de eeuw. Beurtelings krijgen de drie de mogelijkheid om hun kunnen op het instrument te vertonen. De laatste variatie is een zeer vrolijke die echter ernstig en plechtig eindigt gevolgd door een langdurig en geestdriftig applaus. De Henkuzer krentenmikken werden in dank aanvaard maar een toegift zat er voor ons niet in.

 

En zo eindigde dit mooie concert dat helaas ook het laatste van het seizoen 2017/2018 was. Een groot compliment voor het Bestuur van de aloude maar springlevende Muziekkring Enkhuizen en Omstreken is hier op zijn plaats. Ga zo door en nieuwsgierig kijken we al weer uit naar het volgende seizoen 2018/2019!

 

LIEFHEBBER/Klaas Herman de Haan

 

 

 

 

 

 

 

 

 

LIEFHEBBER/Klaas Herman de Haan

 


Column geschreven door Liefhebber naar aanleiding van een recent concert

 

 

Eerdere Columns:

 

Seizoen 2017-2018

 

Seizoen 2016-2017
 

Seizoen 2015-2016

 

Seizoen 2014-2015

 

Seizoen 2013-2014

 

Seizoen 2012-2013

 

Seizoen 2011-2012