Muziekkring Enkhuizen

Hťt podium voor kamermuziek in West-Friesland

Sinds 1946

Gehoord, gezien en beleefd in de Nutszaal Enkhuizen het CONCERT gegeven door het      

THE HAGUE STRINGTRIO mmv hoboÔste Pauline Oostenrijk op donderdag 6 april 2017.

 

Een viertal dames, te weten Justina Briefjes, viool, Julia Dinerstein, altviool en Miriam Kirby, cello (gedrieŽn het The Hague  Stringtrio vormend) en hoboÔste Pauline Oostenrijk maakte haar opwachting  voor het laatste concert in de Nutszaal van de Muziekkring Enkhuizen en Omstreken. Pauline Oostenrijk trad in het verleden meerdere op voor de Kring, Altijd weer een genoegen om terugkerende musici te mogen verwelkomen. De vier musiciennes hebben hun sporen meer dan verdiend in het nationale en internationale muziekleven.  Voorwaar een internationaal gezelschap: een Nederlandse, een Belorussische en een Engelse violiste/celliste  hebben elkaar gevonden en in 2006 richtten zij het trio op. Het programma dat gespeeld werd klonk als een klok. Thema: Mozart en tijdgenoten, die  behalve Franticek Kramŗr allen 18de eeuwers waren. Vier hobokwartetten prijkten op zowel programma’s als lessenaars, van resp. Johann Christian Bach (Bachs bijna  jongste zoon), van eerder genoemde Kramŗr en Cannabich en de grote Salzburgse en Weense meester himself. Vader Bach komt ook nog aan de beurt in een door Wolfgang bewerkte Adagio en Fuga voor strijktrio (haast solo zou je zeggen). Kramŗr, meer bekend onder de naam Krommer, was een Moravisch componist die uiteindelijk in 1818 koninklijk/keizerlijk hofcomponist in Wenen werd. Zijn opus 1 is uit 1793. (MoraviŽ ligt in het oosten van TsjechiŽ.) Cannabich groeide op in Mannheim, waar volgens Mozart het beste orkest van Europa resideerde. Hij was een vruchtbaar componist die 72 symfonieŽn schreef, 2 opera’s en heel veel balletmuziek. Cannabich speelde de hoofdrol in de emancipatie van de blaasinstrumenten en Mozart was met hem bevriend: hij woonde in MŁnchen een tijdje bij hem in en gaf diens dochter Rosa pianolessen en hij schreef een pianosonate voor haar.

 

Met een opgewekt  welkom opende de voorzitter het concert.  Het eerste werk was van Johann Christian Bach, de Londense Bach, die de 8-jarige  Wolfgang in Londen nog op zijn knie heeft gehad en  die veel invloed op de kleine grote man heeft gehad. Het Hobokwartet in Bes opent met een Allegro. Lange tijd heeft men gedacht dat dit werk van Haydn was en verwonderlijk is dat niet, want Haydn klinkt er beslist in door. De thema’s en de verwerking, de herhalingen: het is zeer aangenaam klinkende muziek, waarbij de hobo het “Leitinstrument” is als in  een soort hoboconcert. Loopjes worden er niet mee genomen maar ůvergenomen door de andere violen en cello. Lichtvoetig, charmant, hoofs, een hartelijke en warme muziek. Er is een fraaie partij voor de alt samen met de hobo; de cello en de viool gaan samen. Een fijn stuk muziek. Tempo di menuetto. Wat een oorstrelende klanken toverden deze vier dames ons voor. De ambiance paste hier helemaal bij: de bekroonde pilasters, de ronde vensters, het borstbeeld van Jan van Nieuwenhuijzen, de oprichter van de Maatschappij tot NUT van het Algemeen, in 1784. In 1802 volgde het departement Enkhuizen. De prachtige muziek door dit ensemble met enthousiasme, inzet en charme gespeeld. Applaus!

 

J.S. Bach/W.A.Mozart: Adagio en Fuga in d, KV 404a voor strijktrio. Mozart bezocht in Wenen de bijeenkomsten door  Baron Van Swieten georganiseerd, waar Hšndel en Bach gespeeld werden. Hier valt iets te leren, was Mozarts commentaar, kennis nemend van Bachs fugakunst. Heel pregnant en sterk gespeeld, met weinig of geen vibrato, een fraaie symbiose van de twee grootste componisten der 18de eeuw. De cello krachtig en sonoor, de alt warm en de viool ijl. De fuga wordt door de alt ingezet, gevolgd door de viool en dan de cello en dan ontspint zich een machtig driegesprek tussen deze stemmen, geheel in de lijn van J.S., fugabouwer bij uitstek. Mozart moet gedacht hebben: Dat wil ik ook, dat kan ik ook!

 

Franticek Kramar: Hobokwartet nr 1 in C. Allegro. Een opgewekt en vrolijk stuk waarbij de strijkers beurtelings begeleidden en een grotere rol speelden. Bijzonder dat viool en hobo elkaars klankkleur konden aannemen, met name in het hoge register. Helder als kristal klonk de hobo, gewiegd in de armen van  Pauline Oostenrijk die haar grote klasse opnieuw toonde. Adagio: De viool opende met een smeltend thema, alt en cello begeleidden met kleine streekjes, de hobo zweeg en zette vervolgens heel hoog in, niet zo lang als in de Gran Partita van Mozart maar bijna even adem- benemend. Hetzelfde gebeurde weer maar dan zette de hobo laag in: wat een effecten! En van het slotakkoord wordt men stil. Rondo. Een virtuoos deel waarin Hongaarse invloeden te merken zijn. (Kramar heeft in Hongarije gewerkt.) Een vlot thema, dansant, vrolijk, blij en onbezorgd. Ik zag meermalen glimlachjes op de gezichten van de strijksters verschijnen.

 

Van Cannabich het Hobokwartet in Bes.  Un poco allegro. Het luchtige thema werd voorgedragen door allen. Motiefjes die violen van elkaar overnemen. Virtuoze passages, kunstige themaatjes die mooi vervlochten over het voetlicht gestrooid werden.  Poco andante: Rustig voorschrijdende melodieŽn met af en toe een kleine pauze  voor de hoboÔste, die daarna weer met verve en overtuigingskracht haar plaats opeiste, Allegro. Hupse bijna frivole muziek, snelle loopjes, het hoofdthema krachtig hervat; de partijen evenwichtig verdeeld over de vier speelsters.

 

Mozart: Hobokwartet KV 370 in F. M. schreef dit werk voor de hoboÔst van dat beste orkest van Europa in Mannheim: Friedrich Ramm, die onwaarschijnlijke dingen kon doen op zijn toen  met slechts twee kleppen uitgeruste hobo. De hoge F, zijn specialiteit verwerkte Mozart er diverse keren in. Allegro. Meteen bij de inzet wordt duidelijk: hier is de Meester aan het “woord”: de vloeibaarheid van de muziek, gepaard gaande met de grote virtuositeit, de schitterendste harmonieŽn en melodieŽn, de contrasten die hij aanbracht: dit is zonder weerga. De hobo is meer onderdeel, a.h.w. natuurlijker ingebed in het geheel. Bij de derde reprise denk je: Laat het niet ophouden! Adagio. Een ingetogen begin met de hoge  hobotoon erbovenuit zwevend: weergaloos mooi. Bijna weemoedig, de vergankelijkheid van het leven uitdrukkend. Rondeau/Allegro. Hier treft een bijzondere vervlechting van twee maatsoorten: een 4/4 en een 6/8ste maat: heel modern dus eigenlijk. Het prachtige melodieuze en dansante thema met zijn uiterst virtuoze passages voor de hobo. De viool nam het thema nog eens over en in de doorwerking naar de coda ging de hobo nog eens helemaal los! Briljant slot.

 

Applausgeklater noch de uitgereikte krentenmikken vermochten een toegift los te weken. Maar dat het slotconcert in deze uitmuntende concertzaal een succes was is buiten kijf. Een traditie van 71 jaar werd op superieure wijze ten grave gedragen en of anderen dit ook zo hebben gevoeld is niet ondenkbaar.

 

LIEFHEBBER


Column geschreven door Liefhebber naar aanleiding van een recent concert

 

 

Seizoen 2016-2017

 

Duo Smits en Van Regteren Altena

Maandag 3 oktober, 2016

 

SYR»NE Saxofoonkwart Zaterdag 12 november 2016

 

DUDOK KWARTET  

Vrijdag 13 januari 2017.

 

NEDERLANDS BARYTON TRIO

Woensdag 15 februari 2017.

 

Marietta Petkova

Maandag 6 maart 2017

 

THE HAGUE STRINGTRIO

Donderdag 6 april 2017